Note 84 — Friesche Kronyk. (continued 2)
Reading edition
In dit jaar wierd ook tusschen de Bourgoenschen en den Hertog van Gelderland een verdrag gemaakt, na dat aan weêrszyden veele vyandelykheden waren voorgevallen; waar door de steden nu van de eene en dan van de andere zyde waren ingenomen, en de platte landen veel geweld, moord en brand hadden geleden. Doch Groote Pier, met die de Gelderschen aanhingen, zich hier noch niet toe verstaande, bleven even standvastig tegen de Bourgoenschen, en begeerden Pier voor een Beschermheer der vryheid geacht te wezen; dat hy voorheen ook zoude gedaan hebben, byaldien het zommigen niet verbrod hadden. Als hy door eenen Hollander in een brief tot afstand geraaden wierd, bespotte hy hem met een rymtje na dien tyd, voegende boven het zelve al boertende deze Eeretytelen: Ik, Groote Pier, Koning van Friesland, Hertog van Sneek, Graaf van Slooten, Vryheer van Hindeloopen, en Capitein-Generaal van de Zuiderzee84.