Note 92 — Friesche Kronyk. (continued 2)
Reading edition
Omtrent dezen tyd was ’er eene Friesche dochter, Margarita genaamt, zynde een jong vrouwsperzoon, of moedige Amazoone, en lang van persoon; deze heeft, in manskleederen, de Heeren Staaten zo binnen Oostende als elders zeven jaaren gedient, buiten kennisse haarer ouders, in alle eerbaarheid, eerst een spies gedraagen, en daar na een musquet gevoert, met een witte veder op de hoed, als een kloek en onvertzaagt krygsgezel, ja onder de Adelborsten gerekent, en zelve veele schansen om Groningen en Steenwyk helpen inneemen. Ten laatsten bekent geworden by haar medegezel, als zy een schoon hemd aandeed, hebbende groote borsten en rond opgewasschen, meer dan andere welgevleesde jongmans: op zyn vraage, heeft ze hem beleden, een vrouwsperzoon te zyn, dat hy verwonderende aanhoorde; is daar op met eere verlieft geworden, en in ’t leger voor Koeverden met haar getrouwt. Zy waren noch woonende binnen Groningen in den jaare 1602, en veele jaaren daar na, een winkel doende van vette waaren, in alle stilheid en eerbaarheid huishoudende, en t’zamen geneerende. Deze Amazoone heeft ook een lied gedicht, de jonge Dochters tot liefde des krygs, om ’t Vaderland te beschermen, na haar voorbeeld vermaanende. Zie E. v. Meteren92.