← Table of contents
In het land der zon

Note 83 — IX. Naar Telogo Passir.

Reading edition

Het was een heerlijke ochtend. De zon kwam nog niet boven den rand van den bergnok uit, op welker hellingen de koffietuinen van Wilatoong aangelegd waren. Hoewel de lucht zich helder blauw boven onze wandelaarsters uitstrekte, zweefde toch een lichte ijle nevel langs het aardrijk en hulde boomen, planten en bergtoppen in een soort van zilveren gaas. Het was in de Meimaand, die ook in de bergstreken van Java zoo heerlijk kan wezen. De westmoesson had uitgewoed en het aardrijk overvloedig gedrenkt. Wel was de droge tijd reeds ingetreden, maar de grond van vocht verzadigd, was in zijn vruchtbaarste tijdperk. Het plantenrijk vertoonde zich in zijn schitterendste gewaad, terwijl de bergmassa’s, die sponsen door de natuur daargesteld om het overtollige water in het natte jaargetij op te vangen, op te schuren als het ware om het in het daaropvolgende regenlooze saisoen te laten doorsijpelen, hare bronnen overvloedig lieten kwellen en de beekjes, die door de ravijnen naar omlaag spoedden, luid klaterden, ruischten, dartelden en kabbelden en zoo een akkoord vormden met het gekweel en het gekir der vogels, die in het loof van struiken en boomen snaterden en waaronder de karbouwvogel,83 en vele soorten houtduiven het sterkst vertegenwoordigd waren.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings