← Table of contents
In het land der zon

Note 93 — IX. Naar Telogo Passir.

Reading edition

Toen de drie jonge dames de voorgalerij van het landhuis Wilatoong binnentraden, zat daar de heer Groenewald op een wipstoel te wiegelen naast eene tafel, waarop een menigte pakketten en brieven uitgespreid lagen. Vlak voor die tafel, evenwel eenigszins ter zijde, zat de postbeambte, een Javaan in zijn gewone dessakleeding, met een grooten „toedoeng”93 naast hem op den grond, en een bandelier met koperen plaat op de borst, waaraan een lederen tasch bengelde, welker belangrijke inhoud thans op het tafelvlak was overgegaan. De man zat op geen stoel, maar eenvoudig gehurkt, of neen, met het zitvlak op den grond, terwijl hij de beide beenen kruiselings gevouwen voor zijn abdomen gerangschikt had, en licht voorovergebogen met de ellebogen op de beide knieën rustte. Hij keek den blanken, die in zijne papieren verdiept zat, aandachtig aan, gereed om iedere vraag terstond te beantwoorden. Deze had hem reeds gevraagd: om hoe laat hij Magettan verlaten had, waarop hij ten antwoord ontvangen had, terwijl de Javaan de beide handen te samen gevoegd boven zijn voorhoofd bracht en daarbij boog:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings