← Table of contents
In het land der zon

Note 57 — V. Eene wandeling.—In de Concordia.

Reading edition

Onder de eene voorgalerij zaten eenige bedaagden gezellig om het speeltafeltje een partijtje kaart te maken, en brachten zoo de avonduren door. In eene andere zaten zij op wipstoelen in een kringetje om de ronde tafel, die steeds in het midden der galerij prijkte, te wiegelen, of op een rijtje langs de balustrade geschaard, om de beenen gemakkelijk daarop te kunnen uitstrekken. Waar jeugd bij elkander was, daar steeg de jool ten top, daar werd muziek gemaakt, daar werd gezongen, voornamelijk door volbloed Europeesche jonge dames of heeren,—het gemengde ras is slechts bij uitzondering goed bij stem—daar werd viool en fluit gespeeld, het laatste instrument voornamelijk door de „toean toean koeliet langsep”57, die daarop ware virtuosen konden genoemd worden. Zij wisten daaruit de meest sprekende, smachtende en smeltende tonen te halen. Hier en daar werd ook pianogetokkel vernomen; maar dat speeltuig scheen niet en vogue, niet omdat de artisten ontbraken, maar eerder omdat in Indië zoo’n instrument nog al duur en het stemmen niet goedkoop is. Die, welke onze waarnemers dan ook hoorden, brachten tonen voort, die aan de klavecimbalen onzer grootmoeders deden denken, of aan dat instrument, waarmede de Savojaarden den dans hunner marmotten op onze kermissen weleer begeleidden, en een geluid voortbrachten, hetwelk den middenweg hield tusschen het getokkel eener lier en het gepiep van een vogelorgel. Maar waar dat pianospel ook vernomen werd, daar heerschte vreugde en pret; want daar werden geen sonates van Beethoven voorgedragen, ook geen meesterstukken van Chopin. Neen, daar weerklonken smachtende walsen, huppelende polka’s, verleidelijke redowa’s of mazurka’s. Daar vormden zich paartjes, die op de vleugelen der muziek in de voorgalerijen en binnengalerijen zweefden, en niet altijd rekening hielden met de bekrompenheid der lokaliteit. Daar zagen onze baren niet alleen dansen met eene lichtheid en bevalligheid, zoo als zij het nog niet aanschouwd hadden—want het moet erkend worden dat de meeste Indische dames volmaakte danseressen zijn—maar zij konden ook kopjes en bekjes bewonderen, die ieder, die jong was en gevoel voor het schoone had, in verrukking moesten brengen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings