Note 35 — II. Weltevreden—Bij het suppletie-depot.
Reading edition
Er was aan geen slapen meer te denken. Onze jongelieden sprongen dan ook op, kleedden zich, besloten als zij waren het restant van den nacht buiten in de galerij der kazerne op een stoel door te brengen. Dat restant viel niet mede. Even nadat zij gezeten waren, liet de diepe toon eener metalen klok in de verte zich hooren, waarna slagen op een houten blok vernomen werden. Dat geluid plantte zich voort, naderde, herhaald als het werd door al de tongtong’s35 in den omtrek. Eindelijk klonk ook de metalen bel der politiewacht van het depot, terwijl al de schildwachten in den omtrek een luid maar geeuwerig: da! hooren lieten. Hadden de tonen der klok daar ginds, en de vreemdsoortige tongtongslagen rondom, onze jongelieden verrast; thans telden zij de slagen, die nu trilden. Zij ontstelden evenwel, toen zij bemerkten, dat het nog slechts elf uur was en er derhalve nog zes en een half uur verstrijken moesten, alvorens de dag aan den hemel zou gloren.