Note 187 — XVIII. Op de Militaire School.
Reading edition
Serassima met haar allerbevalligst kinderlijk naïef gelaat; met haar koddig gevormd, wel eenigszins platgedrukt neusje; met hare fijne maar zwellende lippen, die bij een glimlach het fraaiste en regelmatigste gebit der wereld te zien gaven, een gebit dat door het fatale sirih-pruimen nog niet ontsierd was; met hare fraaie amandelvormige zwarte oogen; met haren rijken haardosch, die, naar achteren gestreken, de lieve gelaatstrekken zoo bevallig deed uitkomen, en tegen het achterhoofd in een zwaren kondeh opgebonden was, waarin hier en daar eenige melattie-bloempjes187 prijkten en heerlijk geurden; met hare licht bruine gelaatskleur, die in den hals en het keelkuiltje in een donker brons overging, en het lieve wezen eene onbeschrijfelijke bevalligheid bijzette; met hare goed gevormde schouders en aangenaam gewelfde borst, die door de kabaai zoo zedig mogelijk bedekt was; met haar dun middel, hetwelk in waarheid met twee handen omspannen kon worden, met hare goed gevulde heupen, die plastisch door den „sarong” omgeven, buitengewoon weelderige wendingen konden maken; met hare kleine handen doch breed uit elkander getrapte ongeschoeide voeten, was de bekoorlijkste, de slankste, de kleinste en de fraaistgevormde baboe, die Java’s bodem ooit gedragen heeft. Dat was ten minste de meening van de geheele Militaire School van Meester Cornelis.