← Table of contents
In het land der zon

Note 169 — XV. Een nachtelijk bezoek.—Bandoeloe.—Naar den Radja Bassa-top.

Reading edition

„Maar, Frank, wat een gezicht spreidde zich daar onder onze voeten uit! Naar het noorden, het oosten en zuidoosten waarde ons oog over een bergachtig landschap, hetwelk wij van ons standpunt geheel beheerschten, en dat ons een beeld van woestheid voorspiegelde, dat moeielijk te overtreffen zal zijn. De hoogten stapelden zich op, verdwenen weer in peilloos diepe ravijnen, en waren niet ongelijk aan reusachtige golven eener woest aanstormende zee, die plotseling in volle beweging verhard, versteend zouden zijn, en daarna met de schatten van het plantenrijk overtogen waren geworden. In engeren kring was het of die golven, opvolgend hooger wordende, naar den Radja Bassa-top opsteigerden, alsof zij hem, den reus, bestormen wilden. Iets verder af vormden de bergribben afzonderlijke stelsels, die weer uit middenpuntig uitstraalden. Maar aan de west- en aan de zuidzijde flonkerde de zee onder de zonnestralen, en vertoonde van daar boven afgezien een helderen spiegel, die met een blauw doorzichtig waas overtrokken scheen te zijn. Dat spiegelvlak bewoog evenwel lichtelijk als het lichte lijnwaad op de borst van een gerust slapend kind. Duidelijk zag men het vlak in- en opbuigen, terwijl de beweging voortrolde tot daar diep beneden tegen het strand, waar de bolvorm in een sneeuwwitte massa brak, dat strand met een helder glinsterende zilveren franje omzoomde, terwijl een oogenblik later een zware toon, aan den verwijderden rollenden donder gelijk, naar boven steeg, en het zijne er toe bijbracht om onze bewondering ten hoogste te spannen. De geheele Straat Sunda lag daar voor ons open, terwijl ons oog de Lampong-baai in hare geheele uitgestrektheid kon peilen. Op de gladde spiegeloppervlakte van die Straat spreidde zich daar de drie-eilanden-groep Poeloe Tiga aan onze voeten uit, als een mandje met uiterst teer siergroen gevuld. Iets verder zuidwaarts, verhieven zich de eilanden Seboekoe en Sebessi,169 waarvan het eerste een grilligen vorm op het vlak der blauwe zee vertoonde, en het andere zijnen fraaien regelmatigen kegel in de blauwe lucht verhief, en daar nog verder het eiland Krakatoea,170 dat zich met zijne verbrokkelde noordelijke massa en zijn zuidelijker vulkaantop helder tegen de blauwe lucht afteekende.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings