Note 156 — XIV. Een wandeling.—Van Radja Bassa naar Bandoeloe.
Reading edition
„Eindelijk was die kaap niet omgezeild, maar omgetrokken, en stonden wij weer op vasten bodem. Wij hadden nu weldra kampong Oedjoeng bereikt. Daar verlieten wij het strand. Het pad, dat wij volgden, slingerde zich thans tegen de hellingen van den Radja Bassa op. Aanvankelijk liep het door pepertuinen, die zich langs de berghellingen uitstrekten en eenigermate de wijnbergen, die wij in het Luikerland wel eens te zamen bezochten, in herinnering brengen. De peper156 is eene slingerplant, die langs boomen, welke regelmatig in rijen geplant zijn, opgeleid wordt. Wij troffen het niet bijzonder. Het was de bloeitijd van de peperplanten, en de uitwasemingen der bloesems had eene zoodanige prikkelende uitwerking op onze ademhalingswerktuigen, dat wij als een lange kolonne kuchende borstlijders op het smalle pad den ganzenmarsch uitvoerden. Wij waren allen blij, dat wij de zone dier pepertuinen doorgetrokken waren; maar, toen wij de kleine kampong Kenali achter den rug hadden, traden wij het oorspronkelijke bosch binnen.