← Table of contents
In het land der zon

Note 132 — XIII. Op Wilatoong.—Herman in de Lampongs.

Reading edition

Sienjo Priston, was schrijver op het bureau van den heer Groenewald. Hij kende geen noot, al was die ook zoo groot als een schilderhuis. Toch tokkelde hij niet onverdienstelijk een paar walsen en een paar polka’s op de piano. Maar zijne kunstwaarde bereikte haren hoogsten trap van volmaking bij het bespelen der „soeling.”132 Hij kon dat instrument laten huilen, lachen, zuchten, spreken, loeien, blaten, mauwen of blaffen. In één woord, als sienjo Priston zijne „soeling” aan de lippen had, dan was hij sienjo Priston niet meer, dat wil zeggen een bloode en domme jongen, die vooral in tegenwoordigheid van Europeesche jonge dames geen oog durfde opslaan; maar dan was hij een virtuoos, die met ten hemel geslagen oogen zijn geest en zijn hart in zijne fluit poogde te leggen, en die dan soms zulke aandoenlijke tonen daaraan wist te ontlokken, dat hij zelf in snikken uitbarstte en zijn gemauw staken moest, terwijl zijne toehoorders een luid gelach aanhieven.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings