← Table of contents
In het land der zon

Note 131 — XIII. Op Wilatoong.—Herman in de Lampongs.

Reading edition

De beide meisjes waren in de voorgalerij van het landhuis gezeten. De zon stond reeds hoog, en het was warm in den dampkring. Vestigde zich het oog op eenig donker getint voorwerp als een rotsblok, het verouderd dak eener Javaansche woning, de grauwe wegen, die zich langs de berghellingen slingerden, dan ontwaarde het duidelijk de trillingen en de golvingen van de verhitte en daardoor opstijgende luchtlagen. In die galerij was het evenwel betrekkelijk koel. Hooge schaduwrijke boomen beschutten toch het dak van de woning tegen de brandende zonnestralen, terwijl de galerij voor en ter zijde door groen geverfde „kree’s”131 beschermd was, waardoor de luchtige morgenwind vrij kon gieren, die dus niet alleen de drukkende warmte van daarbuiten afweerden, maar ook het schelle licht zacht temperden, dat bij vollen zonneschijn wel eens het zijne er toe bijbrengt, om het ondragelijke van de warmte te vermeerderen. De blik naar buiten werd evenwel door die „kree’s” niet onderschept. Tusschen de latjes door was het geheele landschap zichtbaar. De blik kon dan vrij waren over Madioens fraaie dalvlakte.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings