← Table of contents
In het land der zon

Note 128 — XII. Voorbereiding ten strijde.—Vertrek.

Reading edition

Eindelijk was de Kleine Boom128 bereikt, en maakten de troepen halt. Voor een oogenblik werden zij in bataille geformeerd. Hier ontsponnen zich nu tafereelen, die voor den aandachtigen beschouwer niet van belang ontbloot waren. Het oogenblik van afscheid was gekomen. Wild en woest baande zich hier eene Javaansche vrouw een weg door de menigte en vloog, van smart gillend, haren echtvriend, die daar in het gelid stond, om den hals. Zij had een knaapje aan de hand en droeg een zuigeling in haar „slendang”129 gewikkeld, op den rug. Zij reikte den vader zijne kinderen, opdat hij ze nog eens mocht kussen. Deze leunde zijn geweer tegen een naast hem staanden makker, greep het jongetje, zette dat schrijlings op zijn ransel en schouders, prangde het jongste kind aan zijn hart, overdekte het met snuivende zoenen130 en wel met zooveel onstuimigheid, dat het wicht beangst begon te schreien. Elders wisselde een jeugdig officier een teederen handdruk, een blik, waarin een wereld lag opgesloten, met eene lieve blozende jonkvrouw, een onzer noordsche zusteren, die bij dat vertrek ruim vertegenwoordigd waren, en een innig blijk van belangstelling aan de dapperen, die vertrekken zouden, kwamen geven. Nog verder prangde een bejaard kapitein, terwijl eene enkele traan, aan zijn oog ontglipt, langs zijn reeds grijzenden knevel neerdroppelde, zijne wederhelft aan zijne borst, greep zijne kinderen en overdekte hen met kussen. Daar verder reikten vrienden en bekenden elkander als laatst vaarwel de hand:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings