← Table of contents
In het land der zon

Note 117 — XI. In het Hospitaal.—De Rottanstraf.

Reading edition

Bij zijne omzwerving kwam hij terzijde van zaal 2 langs de Tjiliwong te recht, ontmoette daar een zijner kennissen, een onderofficier, die op zaal 7117 verpleegd werd en knoopte met dien een gesprek aan. Het was een fraaie avondstond. De zon was reeds ondergegaan, en hoewel het avondpurper de lucht in het westen nog kleurde, en zich in de zacht kabbelende rivier spiegelde, zoo zag de hemel in het oosten toch donker blauw, en vertoonden zich daar reeds talrijke sterren aan het uitspansel. De avond- en morgenschemering duren tusschen de keerkringen niet lang. Men kan dan het licht waarneembaar zien af- of toenemen. Zoo ging het ook hier. De beide onderofficieren hadden plaats op eene bank genomen, om van het lieve gezicht te genieten, hetwelk de rivier, die daar voor hen een bocht maakte en bij gevolg eene tamelijk breede oppervlakte vertoonde, aanbood. Zij vlood daar schilderachtig tusschen twee kampongs met name Pedjambon en Katapang, welke op twee op elkander volgende landtongen en bijgevolg op beide rivieroevers gelegen waren. In laatstgenoemden kampong weerklonk de gamelang118—wellicht ter gelegenheid van een huwelijksfeest—zacht en aangenaam, en zette aan dat avonduur een eigenaardige bekoorlijkheid bij. De avond was intusschen al meer en meer gevallen. De sterren schitterden in het zenith en weerkaatsten liefelijk in de stil daar heen vlietende rivier. De beide kampongs teekenden zich met hunne vruchtboomen en struiken, waartusschen hier en daar een lichtje glinsterde, fantastisch tegen de donker blauwe lucht af, terwijl een zacht windje door de loofkruinen voer, en een zacht lispelen teweegbracht, hetwelk als het gefluister van een dankgebed kon vernomen worden. Had Herman’s maag zijne rechten niet zoo onbedwingbaar doen gelden, dan waarachtig zou hij in dien fraaien avondstond genoten hebben. Nu leed hij zichtbaar.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings