Note 107 — X. De aankomst van de brievenpost op een landhuis.
Reading edition
„Toen ik Oenarang nabij kwam, kreeg ik den grootschen berg van dien naam107 aan mijn rechterzij in het oog, die mij verheven en afwisselende gezichtspunten opleverde. Bij Merak Mati108, kreeg de bergreeks, die zich bij het Djamboegebergte aansloot, en zoo een vereeniging met den Telemojo109 daarstelde, een meer verbrokkeld aanzien, en vormde, toen ik de Toentang110 overgetrokken was, die laatste bergrug, den overgang naar den Merbaboe,111 die zich weldra voor mijn oog in al zijne statigheid verhief, en aan welker voet het plaatsje Salatiga zich allerliefst uitstrekte. En overal schoone landouwen, uitgestrekte rijstvelden, lief gelegen dessa’s, bewonderenswaardige vergezichten, die bijna altijd door hooge blauwende bergketenen schilderachtig begrensd werden.