← Table of contents
In het land der zon

Note 100 — X. De aankomst van de brievenpost op een landhuis.

Reading edition

„… Bevrijd was. Ik moest een paar dagen in, of beter, buiten die plaats blijven, want het fort Pontjol100, waarin ik logies verkreeg, ligt buiten de stad op de moerassige kust, die het heet te beschermen, ter zijde van den weg naar Bodjong101. Hoewel het verblijf binnen dat bedompte fort, hetwelk zoo vochtig is, dat een geestig genie-officier het dezer dagen zeer juist met den naam van bomvrije dames badinrichting begiftigd heeft, ook niet tot de aangenaamste behoort, zoo was het toch eene verademing na dat anderhalf etmaal lange lijden aan boord van het stoomschip. De voeding was trouwens daar bij het subsistenten-kader geheel verschillend, althans genietbaar, en wat daaraan ontbrak, kon ik gemakkelijk bij een „toekan-auer” aanvullen. Gij lacht, en ik zie in den geest juffrouw Adelien ook de lieve lippen tot een glimlach plooien bij het beeld, dat ik voor zoo eene wandelende gaarkeuken gehurkt of op een bankje gezeten zou zijn, om mij de rondgevente lekkernijen te laten smaken. Ja, lach maar; ik beken gul uit dat de schraalheid der militaire keuken mij te Batavia en te Semarang meermalen genoopt heeft, mijne toevlucht tot den „toekan-auer” te nemen, en dat ik dan bij avond naast de walmende „palita” (lampje) van den gaarkeukenbaas, onder een overgrooten tamarindeboom gezeten, aan zijn „katoepat” met „sajor-peteh”102 en een karbouwen-lapje103 er bij, mij voor een gering aantal duiten niet weinig te goed deed.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings