← Table of contents
In het land der zon

Note 5 — I. Batavia.

Reading edition

Zonder die wederwaardigheid evenwel zoude die tocht langs dat kanaal niet geheel van bekoorlijkheid ontbloot zijn geweest. Of beter: de wederwaardigheid van dat vastzitten temperde eenigermate de genoegens van dien tocht. Het was toch Nieuwjaarsdag, dat wil zeggen een feestdag, een dag, waarop niet gewerkt werd. Wel stevende menige tambangan (inlandsch vaartuig) natuurlijk met Maleiers bemand, naar buiten om vertrekkenden naar de reede of aangekomen reizigers van de schepen te halen; de echte bedrijvigheid, die op andere dagen heerschte, ontbrak evenwel. De koophandel stond dien dag stil. Daarentegen wemelde het van inlanders op de lange kaaimuren van het kanaal, die ver in zee uitgebouwd waren.5 Dat volkje had ten gevolge van den feestdag vrijaf, en besteedde de morgenuren om te visschen. Zij zouden later op den dag hun beste kleeren aantrekken om bij hunne verschillende patroons hun „slamat tahoen baroe!” (nieuwjaarswensch) af te steken. Nu evenwel zag men ze buiten de beide kaaimuren ter weerszijden van het kanaal, in zee met hunne werpnetten, hunne kruisnetten, hunne treknetten6 bedrijvig om den begeerden buit te bemachtigen. Hier en daar werd zelfs eene vrouw ontwaard, die den sarong7 tot boven de knie opgebonden dapper in zee stond, en daar den vischhaak8, bevestigd aan een zeer lang snoer, met nog langere hengelroede, wijd in zee slingerde, om zoo te pogen een argeloozen waterbewoner te verschalken.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings