← Table of contents
In het land der zon

Note 28 — I. Batavia.

Reading edition

En werkelijk men was thans zoo langzamerhand als in eene tooverwereld geraakt. Allerwegen verrezen thans te midden van liefelijke grasperken en te midden van bevallige boschjes van vruchtboomen en sierheesters, fraaie woonhuizen, aan aangenaam gelegen buitenplaatsen, en villa’s gelijk, die zich in het lachend groen verscholen. Die huizen hadden allen een eigenaardigen bouwtrant. Schier allen bestaande uit slechts ééne verdieping, waarbij het dak der voorgalerij op een stelsel van smaakvolle zuilen rustte, waartusschen een sierlijke trap toegang verleende, zoodat het geheel de Grieksche bouworde met hare kolommen in herinnering bracht. Aan weerszijden van het kanaal, waarover straks gesproken werd, strekte zich thans een breede rijweg uit, terwijl die wegen, met de bedoelde villa’s omzoomd waren. Men was in het hartje van den westmoesson.28 Het had de vorige weken flink geregend, zoodat grasperken, heesters en boomen zich in hun helderst groen gestoken hadden, en overal, waar het oog zich slechts wendde, de fraaiste bloemen als boeketten, als trossen, als loovers te midden van het groen, soms als slingerkransen ontwaard werden; terwijl daar hoog boven de gevinde bladeren der kokospalmen wuifden en de goudgele noten in die bevallige kruinen schuilden, als verborgen zij zich.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings