← Table of contents
Het Leven der Dieren: Deel 3.7, De Weekdieren

Note 1 — DE PLAATKIEUWIGEN (Lamellibranchiata).

Reading edition

Ook de gesteldheid van den zeebodem heeft een zeer grooten invloed op de ligging der oesterbanken. De Oesters vestigen zich nooit op plaatsen, die sterk begroeid zijn met planten, evenmin daar waar een dikke laag slib of beweeglijk zand aan de oppervlakte ligt, of waar de grond geheel uit rotsblokken of steenen bestaat. Daar echter de slib aan deze dieren veel voedsel kan leveren, bewonen zij gaarne een harden bodem, die met een dunne laag slijk bedekt is. Om dezelfde reden gedijen zij op derrie (veengrond, die door de zee overstroomd is en bedekt werd met een kleilaag, welke later weer wegspoelde). Voor een deel is het hieraan toe te schrijven, dat zij zoo veelvuldig gevonden worden (of werden) in de Oosterschelde, in het noordelijke deel van de Zuiderzee, in de Lauwers en aan de monden van de Eems (bij Borkum en Juist). Met uitzondering van de Oosterschelde, zijn deze oestergronden thans grootendeels leeggevischt en zullen, ondanks de thans geldende verordening, dat er van 1o April tot 1o October geen Oesters mogen worden geraapt of gekord, niet licht hun vroegeren rijkdom herkrijgen. Hierdoor vermaard was nog in de vorige eeuw het terrein, dat zich van de lijn Medemblik-Stavoren tot de zachte waardgronden ten zuidoosten van Terschelling uitstrekt. „Dit gebied,” schrijft Dr. P. P. C. Hoek1, „bestaat uit ondiepe vaak zeer vlakke platen (men noemt ze „zand”, „waard”, „wal” of „plaat”), door geulen van elkander gescheiden. Langs de meeste dezer geulen treft men nog Oesters aan: zoo in den Balg, het Amsteldiep, den Texelstroom, de Pan, enz. enz. Een der rijkste punten is nog het zoogenaamde Waardje op den zuidwesthoek van Wieringen. Het is een vlakke bank, ongeveer 2 KM. in doorsnede. Bij laag water komt het water op deze plaats niet hooger dan de knie; de Oesters worden dan ook niet gekord, maar geraapt. Elke raper is voorzien van een fleschje met olie, waarin een veertje, dat aan de kurk bevestigd is; deze olie wordt met behulp van de veer op het wateroppervlak gesprenkeld: de golfslag wordt hierdoor gestild en de raper in staat gesteld de voorwerpen op den bodem behoorlijk waar te nemen. Tot de rijkere plaatsen in de Zuiderzee schijnen vervolgens ook de ten zuidoosten van Terschelling gelegen Riepel (of Reepel) en het zoogenaamde Zuiderrak te behooren.” „De Oester, die hier verzameld werd, was groot van stuk en als Texelsche Oester bekend. Verreweg het grootste deel er van werd uitgevoerd naar Hamburg, doch ook Amsterdam werd van hieruit voorzien. Het is echter zeer de vraag, of niet als zoogenaamde Texelsche Oesters ook zulke verkocht werden, die uit de open Noordzee afkomstig waren. In het midden der vorige eeuw rustten de Texelaars jaarlijks 60, de bewoners van Schiermonnikoog evenveel en de bewoners van de Zoutkamp 25 schuiten ter oestervangst uit. Op de zoogenaamde waarden vischte men al loopende, in de diepere geulen werden de Oesters gekord. Het eerste was meer het werk der Texelaars; vandaar dat deze den naam hadden van oesterzoekers; het laatste werd voornamelijk door de visschers van Schiermonnikoog en de Zoutkamp (de zoogenaamde oesterkorders) in praktijk gebracht.” Slechts bij uitzondering werden de Oesters direct naar de markt vervoerd; in den regel werden zij tijdelijk op zoogenaamde „oesterbedden” uitgestrooid, die met wilgenstokken werden afgetuind. De visschers van Schiermonnikoog en de Zoutkamp brachten de gevonden Oesters naar Terschelling en wierpen ze bij de reede van Midsland neder; die van Texel stortten ze benoordoosten van Texel, bijzonder gaarne op de plaat, genaamd het Middelzand. Eenig denkbeeld van den rijkdom der banken geeft het bericht van Paludanus, dat iedere schuit 100000 Oesters aan de markt moest brengen om den eigenaar een bestaan op te leveren. De meeste dezer eens zoo rijke oestergronden zijn thans uitgeput. De pogingen om ze bij Wieringen, in het Noorden (tusschen Eierland en Texel) en in de Lauwers (onder Oostmahorn, tusschen den Babbelaar en het Dokkumer-diep) opnieuw te bevolken, zijn mislukt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings