← Table of contents
Het Leven der Dieren: Deel 2, Hoofdstuk 01: De Boomvogels

Note 17 — De Boomvogels (Coracornithes). (continued 6)

Reading edition

De grootste, inheemsche soort van het Gorsengeslacht is de zwaarlijvige Grauwe Gors of Gierstvogel, in Gelderland Grauwgors, in Groningen Dikschijter, Korenspork of Grauwstjirt, in Friesland Grauwtjirt genoemd (Emberiza calandra)17; zij is 19 cM. lang met inbegrip van den 7 cM. langen staart. Hare bovendeelen zijn op rosachtig grijsbruinen grond met zwartbruine, overlangsche vlekken geteekend; dergelijke vlekken gaan van de ondersnavel uit en vormen onduidelijke baardstrepen, die op het midden van den krop tot een groote, donkere vlek ineenvloeien; de wangen en de oorstreek zijn op bruinachtigen grond met donkere, overlangsche strepen voorzien en van onderen begrensd door een vaalwitten, eveneens donker gestreepten band; de slagpennen en staartvederen zijn donkerbruin met vaalwitten buitenzoom; de vaalwitte eindzoomen van de bovendekveeren vormen op den vleugel twee lichte dwarsstrepen. Het oog is donkerbruin, de snavel vuilgeel, de poot bleekgeel.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings