Note 21 — De Boomvogels (Coracornithes). (continued 13)
Reading edition
Als vertegenwoordiger van de Indische soorten der familie kiezen wij den Rhinocerosvogel, den Boerong Oendan der Maleiers, den Homray der Nepalezen (Buceros bicornis). Het geslacht der Dubbelhoornvogels (Buceros), waarvan hij deel uitmaakt, het soortenrijkste van de geheele familie, kenmerkt zich door het groote, hooge, breede uitsteeksel, dat zich minstens over het achterste derde gedeelte van den snavel uitstrekt en een groot deel van den voorkop bedekt; het is van achteren afgeknot en van voren in twee stompe spitsen verdeeld. Deze zoogenaamde “hoorn” is, evenals een groot deel van de kaken, van binnen grootendeels hol21; de dunne, met een verhoornde huid bekleede beenlaag, die deze holte begrenst, wordt gesteund door beenen stijltjes, die een soort van netwerk vormen; hierdoor komt het, dat deze buitengewoon groote snavel volstrekt niet zwaar is. Bij sommige variëteiten van den Rhinocerosvogel, o.a. bij den op Sumatra voorkomenden Anngang-Kiki (Buceros rhinoceros sumatranus), is de voorste punt van den hoorn naar boven omgekruld.