Note 1 — Oorlog met de Kannibalen en de gevolgen daarvan.
Reading edition
Hoewel het voor ieder, die dit onderwerp bestudeerd heeft, duidelijk is, dat niet-inwisselbaar, fluctueerend papiergeld ten slotte altijd een extra belasting vormt, welke het zwaarste die klasse van afnemers zal drukken, die op een vast inkomen, salaris of loon leven, is het niettemin steeds vrij moeilijk geweest om voorbeelden hiervan te vinden, die dit feit zoo duidelijk en eenvoudig toelichten, dat zij op zich zelf overtuigend genoeg zijn om indruk te maken op die menschen, welke het meeste belang bij de zaak hebben. Met de bedoeling om zulk een concreet voorbeeld te vinden, wendde iemand zich tot een der eerste Amerikaansche kooplieden, wiens groote en algemeene ervaring hem ruimschoots gelegenheid gaf om over dit onderwerp te spreken en dit onderhoud verliep ongeveer als volgt:
Vraag: “Wanneer u voor goud inkoopt en voor papiergeld verkoopt, hoeveel voegt u dan bij uw verkoopprijs bij wijze van verzekering om een voldoende waarde als betaling—plus winst, interest, etc.—terug te krijgen, dat u daarmee het goud, vertegenwoordigd door den inkoop, kunt vervangen of terugkoopen?”
Antwoord: “Wij doen dat maar heel weinig tegenwoordig, nauwelijks de moeite waard om van te spreken.”
V.: “Maar toch verzekert u zich wel eenigermate tegen het fluctueeren van het papiergeld of houdt er in uw zaken tenminste iets of wat rekening mee?”
A.: “O ja, natuurlijk, wij kunnen dat niet geheel over het hoofd zien.”
V.: “Welnu dan, als u er niets op tegen heeft, zoudt u mij dan misschien willen vertellen hoever u daarin gaat onder de bestaande omstandigheden?”
A.; “Natuurlijk heb ik er niets op tegen. Wij koopen voornamelijk à contant en verkoopen op groote schaal à contant of op een zeer kort crediet; en daar de papierwaarde de laatste twee of drie jaar weinig op en neer gaat, voegen wij slechts kleine bedragen als verzekering bij onze verkoopsprijzen—laat ons zeggen 1 of 2% voor contante betaling of op een crediet van drie maanden en voor langer crediet, als wij dat geven, iets meer. Gedurende den oorlog of direct daarna, toen het papier sterker en sneller op en neerging en de koersen veel willekeuriger waren, was het een heel ander geval. Toen moest er zeer zorgvuldig gelet worden op de verkoopsprijzen en deze veranderden zeer vaak, soms dagelijks. Daarom is mijn persoonlijke ervaring van tegenwoordig een uitzonderingsgeval en om de inlichtingen te krijgen, die u wenscht, moet u verder zien. Ik geloof wel, dat ik u daarbij kan helpen. Wij koopen geregeld groote hoeveelheden van buitenlandsche producten, laten wij nu maar eens als voorbeeld nemen stoffen voor de manufacturiers en groothandelaars in confectie-kleeding. Wij koopen voor goud en verkoopen voor goud en zorgen dat het papiergeld met zijn fluctuaties buiten onze transacties blijft. Maar hoe gaat het met mijn klanten? Ik sta hun eenig crediet toe en daar het bedrag, dat er bij betrokken is, soms zeer groot is, moet ik natuurlijk iets weten van de manier waarop zij hun zaken beheeren. Zij verwerken het goed, met goud gekocht, tot kleeren en verkoopen vervolgens die kleeren op hun beurt aan hun klanten—tusschenhandelaars en kleinhandelaars—over het geheele land voor papiergeld op een gemiddeld veel langer crediet dan zij van mij krijgen voor het ruwe materiaal. Die groothandelaars en manufacturiers nu zijn veiligheidshalve wel gedwongen om bij hun verkoopsprijzen een voldoend percentage te voegen, als noodig is om er zeker van te zijn, dat zij voor het papiergeld, hetwelk zij na drie, zes of negen maanden krijgen, evenveel goud kunnen koopen als zij mij hebben betaald of een even groote hoeveelheid goede stof om tegemoet te komen aan de verdere behoeften van hun zaken en van hun klanten. Hoeveel zij er zoodoende op leggen, kan ik niet met zekerheid zeggen. Daarvoor bestaat geen vaste regel. Iedereen voegt er zonder twijfel zooveel bij als de concurrentie toestaat; en elke omstandigheid, die wellicht den toekomstigen prijs van het goud zal beïnvloeden wordt zorgvuldig van te voren overwogen. 5% op een crediet van drie maanden zal m.i. het doorsnee-minimum zijn; en voor langeren tijd een grooter percentage. Als de concurrentie niet veroorlooft om er eenig verzekeringspercentage op te leggen, bestaat er gevaar voor verlies aan kapitaal, dat op den duur zeer noodlottig kan zijn—menige firma is daardoor wel failliet gegaan, die in andere tijden, wanneer haar leiders op de ouderwetsche basis zaken hadden kunnen doen, goed zou zijn gegaan. De tusschenhandelaars en kleinhandelaars, aan wie de groothandelaars en manufacturiers verkoopen, zullen waarschijnlijk minder rekening houden met een verzekering tegen papiergeld bij het vaststellen van hun verkoopsprijzen; maar tot welk bedrag ook de inkoopsprijzen van hun goederen opgevoerd zijn door de noodzakelijkheid van een verzekering tegen de fluctuaties van het papiergeld, naar dat zelfde bedrag berekenen zij hun interest en winst en voegen die er bij, zoodat de geheele prijsverhooging tenslotte op den consument neerkomt, die natuurlijk maar zelden op de hoogte kan zijn van de bestanddeelen of de kosten van het artikel dat hij koopt.”
V.: “Dus dan moet Mr. Webster met zijn opmerking, die haast een spreekwoord is geworden, dat “van alle manieren om de arbeidersklasse te bedriegen, er geen doelmatiger is geweest dan die welke hem met het papiergeld om den tuin leidt”, geheel op de hoogte zijn geweest van het verloop van zulke transacties?”
A.: “Ongetwijfeld, want zulke transacties zijn het onvermijdelijke gevolg van het gebruik van een veranderlijk en niet inwisselbaar papiergeld.”
De beschrijving hierboven gegeven is dus geen zuivere phantasie, maar gebaseerd op den werkelijken stand van zaken in den tegenwoordigen tijd.—Januari 1876.