← Table of contents
Het Geld van Robinson Crusoe

Note 2 — Goud, en hoe zij dat leerden gebruiken.

Reading edition

In 1862 gaf Mr. Eckfelt, destijds eerste essayeur aan de Munt van Philadelphia aan de American Philosophical Society een verslag van de uitkomsten van enkele uiterst merkwaardige onderzoekingen, die de zeer groote verspreidheid van het goud bewezen hadden. De stad Philadelphia, verklaarde hij, is gebouwd op een bed van klei, dat een oppervlakte heeft van pl.m. tien vierkante mijlen, terwijl de diepte ten naastenbij geschat wordt op om en bij vijftien voet. Monsters van deze klei—uit de natuur genomen op verschillende localiteiten, die naar alle waarschijnlijkheid een goeden maatstaf van het geheel opleverden, zooals de kelder van de markthal in Marketstreet, en een steenbakkerij in een der voorsteden—gaven allen, bij zorgvuldige ontleding, kleine bedragen goud af; het gemiddelde bedrag werd aangegeven als 7/10 van een grein—of ongeveer de waarde van 3 Amerikaansche centen— goud van iederen kubieken voet klei. Aan de hand van deze gegevens nam Mr. Eckfelt aan, dat er een waarde van $ 128.000.000 onder de straten en huizen van Philadelphia begraven moet liggen, of wanneer wij alle klei, die zich in andere gemeenten bevindt, meerekenen, dan moet de hoeveelheid goud hierin aanwezig gelijk zijn aan alles wat tot nu toe verkregen is uit Californië en Australië.

“Hieruit volgt ook,” zegt Mr. Eckfelt, “dat er iederen keer, als er een karrevracht klei uit een kelder van Philadelphia gehaald wordt, genoeg goud mee wordt opgegraven om voor het vervoer te betalen; en als de baksteenen, die de voorgevels vormen van onze huizen, al het goud, dat zij bevatten, in den vorm van bladgoud aan hun oppervlakte konden brengen, dan zou men twee vierkante duimen van het oppervlak van iederen baksteen zien schitteren van goud.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings