Note 1 — INLEIDING.
Reading edition
De Zuiderzee bestond in dien tijd nog niet. De eilanden Texel, Vlieland, Terschelling, Wieringen en Marken waren toen nog aan den vasten wal verbonden, terwijl de grondgesteldheid van Gooiland in Holland, en van Gaasterland in Friesland, met grond doet vermoeden, dat deze streken almede aan elkander verbonden waren. Aan beide zijden toch zijn de uiteinden van eene verbrokene hooge aardriggel zigtbaar: in Gooiland, aan den Muiderberg, en in Gaasterland, bij Stavoren, aan het Roode Klif.1