Note 6 — TEXEL BESCHOUWD MET BETREKKING TOT DE GESCHIEDENIS DES VADERLANDS.
Reading edition
Ook is het zeer waarschijnlijk, dat de Romeinen zich op Texel van levensmiddelen en verdere noodwendigheden voorzien zullen hebben; alzoo het onbetwistbaar schijnt te zijn, dat Texel voormaals veel grooter is geweest. Immers moeten de 40 geduchte watervloeden tusschen 860 en 1170, waarvan de schrijver van het oude Bataviesche Zeestrand, gewag maakt, en die van de jaren 1395, 1400, enz. veel lands aan het eiland ontroofd hebben, terwijl er betrekkelijk het bosch of woud, dat aan de Noord zijde van Texel gestaan heeft, nog valt aan te merken, „dat omtrent veertig jaren vóór dat Junius zijne Batavia schreef, Pieter van Santen, schout van Texel, op het Raadhuis had doen aanteekenen, het getuigenis van eenen Texelaar, die toen honderd en twintig jaren oud was, maar noch wèl te pas en gaauw was, en die heilig, en in alle opregtheid verklaart hadt, dat aldaar in zijnen tijd noch een bosch had gestaan, waarvan, volgens het getuigenis van Junius, noch veele stronken omtrent den jaare 1550, onbeweegelijk in den grond van de zee zaten; waarom de schippers dien hoek vermijdeden; vermits zij, hunne ankers aldaar werpende, dezelve zoo vast in die stronken raakten, dat zij ze onmogelijk konden opwinden, en dus genoodzaakt waren, hunne kabels te kappen6.”—