Note 2 — Het Volk.
Reading edition
De Alfoeren van het Oostelijk Seran roepen bij hunne eedsaflegging een opperwezen „Lahatalla”2 aan, in alle dialecten aldus geheeten. Daar zij het gelaat alsdan opwaarts richten, zoo kan verondersteld worden, dat die geest in den hemel wordt gedacht. Maar verder bewijst men aan Lahatalla geenerlei eer en brengt hem geen offeranden; ook bij uitroepen wordt die naam niet genoemd.