← Table of contents
Het eiland Seran en zijne bewoners

Note 4 — Geschiedenis.

Reading edition

Tevens gelastte de heer Van Speult, die inderdaad blijkbaar geen vriend van halve maatregelen was, dat jaarlijks gedurende de kentering van den moesson de hongi uit zou trekken om toezicht te houden op het nakomen der bepalingen. Doch de opperlandvoogd Jan Pietersz Coen, die den 4en Februari 1619 te Amboina verscheen, bracht bericht van de groote moeilijkheden waarvoor hij op Java stond, daar de Bantammers, geholpen door de Engelschen, hem genoodzaakt hadden de factorij te verplaatsen naar Jacatra. Hij wenschte thans zooveel mogelijk schepen en troepen in de Moluccos te verzamelen, om op Java krachtig te kunnen optreden. Vreemde handelaren hadden daarbij gezorgd voor het rondstrooien van het gerucht, dat de macht der Nederlanders aan het zieltogen was, zoodat de negorijen Kambélo en Lessidi, stout genoeg werden om wederom en vrij openlijk hun nagelen te verkoopen aan vreemdelingen, die er van 80 tot 100 rijksdaalders de bahaar4 voor gaven. Op bedreigingen onzerzijds met vernieling van hunne gewassen, verzochten de inlanders ook meer geld voor de kruidnagels te mogen ontvangen, waarna de prijs van een bahaar vastgesteld werd op 67 rijksdaalders, een prijs die later weer verminderd werd.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings