Note 1 — Aardrijkskundige beschrijving.
Reading edition
Vervolgens treft men de zeer talrijke blauwe en witte houtduif aan (Myristicivora bicolor Scop. en Carpophaga neglecta Schleg.) die de grootte van eene kleine kip hebben en een smakelijk vleesch leveren, terwijl verder witte, roode en groene papegaaien, loeris en parkieten de bosschen met hun geschreeuw vervullen1. In sommige reisbeschrijvingen leest men ook wel van het voorkomen van paradijsvogels, doch deze leven zeer beslist niet op Seran. Ook de groote witte Seransche papegaai (cacatua moluccensis Grn.) verschilt van die der Papoeaeilanden in grootte en door zijn oranjekuif, terwijl de loeri in tegenstelling met die welke op Ternate en Nieuw-Guinea leeft, een zwart-paarsch kapje op den kop draagt. Ook is opmerkelijk, dat ofschoon het diertje uiterlijk geen verschil in vederdos heeft, de loeris van Malowan (het achterland van Soekaradja), de eenige zijn, die kunnen leeren napraten. Een onaanzienlijke grauwe vogel, de boeroeng siang of dagvogel, is de profeet der Alifoeroe en uit zijn gekrijsch leiden zij af, of zij al dan niet gelukkig in hunne ondernemingen zullen zijn. Eenige kleinere vogelsoorten uitgezonderd, herbergen de kuststreken behalve eenige exemplaren van steltloopers, die ook elders in den archipel voorkomen, ook nog de moeleoe, eene soort van boschhoen (Megapodius Wallacei).