← Table of contents
Het Eiland Schiermonnikoog en Zijne Bewoners

Note 3 — VOORWOORD.

Reading edition

Bovendien was het in het voormelde jaar, 1825, gebleken, dat de kunstmatige3 zeeweringen, geene genoegzame sterkte bezaten, om, in tijd van nood, den aandrang des zeewaters te keeren. Zoo was het op den avond van den 5den Februarij v.m.j. dat het zeewater met zulk eene snelheid rees, dat het ongeveer ten zeven uren bijna 1/4 Ned. el hooger stond dan bij den hoogsten waterstand van den vloed in November 1824.—Het opkomend vloedwater stortte met geweld over den zeedijk heen, en naderde, voortgestuwd door den hevigen wind, met eenen geweldigen aandrang het dorp. Al wat buiten het dorp woonde, vlugtte herwaarts; het vee trachtte men zoo veel mogelijk op de hoogste deelen des eilands te brengen, waarop het dan ook behouden bleef.—De wind nam intusschen in hevigheid toe; het water liep, bij zijnen hoogsten stand, ter diepte van ruim eene Ned. el over de dijken, baande zich met hevigen golfslag door de Zuiderduinen, welke op onderscheidene plaatsen weggeslagen werden, eenen doortogt, verwoestte geheel of ten deele verscheidene landbouwershoeven, schuren en andere zaken, hooi, graan en andere levensbehoeften, en bedekte de landerijen geheel onder het van de duinen losgescheurde en afgestoken land.—

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings