Note (2) — DE INDIJKING EN DROOGMAKING VAN DE ZUIDERZEE EN HET IJ,
Reading edition
Men heeft te Delft eenen verkeerden weg ingeslagen; door slechts modellen te aanschouwen, wordt men geen kundig praktisch geoefend werktuigkundige, de theorie alléén is niet voldoende. Engeland heeft zijne grootste werktuigkundige ingenieurs te danken, aan dezulken, die in de groote werktuigenfabrijken, zoo van stoomwerktuigen als anderzins hebben geleerd en gewerkt. Dáár staat de toekomstige ingenieur, aan een aambeeld of draaibank te werken, en leert de metalen kennen; daar leert hij door ondervinding wat theorie is, geschikt om in praktijk gebragt te worden; terwijl het hem er ook niet aan wetenschappelijk onderwijs ontbreekt. Berlijn heeft ook zoodanige school, die reeds vele bekwame personen heeft opgeleverd. Even zoo moest ons Rijk eene eigene werktuigenfabrijk bezitten, waaruit meer nut zoude worden getrokken, dan van modellen te bestuderen. Wij zouden alsdan zoovele wangedrochten in onze publieke werken niet hebben, welke in de theorie hoog worden opgevijzeld, maar helaas! in de praktijk niet aan de verwachting beantwoorden.