Note 1 — KRAAIENGEWOONTEN.
Cilia Stoffel translation
Niet voordat ik naar het omheinend kreupelhout was gekropen, vlak aan den zoom van het boschje, en er doorloerde, zag ik wie het deed. Aan het uiteinde van een langen, ranken tak, een paar voet boven den grond, klemde zich een kleine kraai vast, die op en neer wiegde als een rijstvogeltje op een kardinaalsbloem1, zich sierlijk in evenwicht hield door zijn vlerken uit te spreiden en elk oogenblik het vreemde, krakende geluid gaf, begeleid door een slag van vleugels en staart, als de tak naar boven zwiepte. Telkens als het herhaald werd krasten de kraaien bij wijze van toejuiching. Langer dan tien minuten sloeg ik ze gade, eer ze mij zagen en wegvlogen.