← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 155 — Internationaal auteursrecht (continued 2)

Reading edition

Dit geldt ook voor de vrijheid, die art. 25 (laatste zinsnede) aan de toetredende staten laat, om op sommige punten in plaats van de bepalingen der Conventie 1908 die van de Conventie 1886 of van de Add. Acte van 1896 te aanvaarden. Herhaaldelijk heb ik er reeds op gewezen, dat het niet de bedoeling is, dat van deze vrijheid een ruim gebruik worde gemaakt. Men is tot dezen maatregel niet dan noodgedrongen overgegaan. Wat erdoor wordt opgeofferd is niet zonder belang, nl. de eenheid in het Verbond: „si nous avons l’Union, nous n’avons pas l’unité” wordt spijtig in het rapport van Renault opgemerkt155. Van de staten, die het brengen van dit offer noodig maken door den achterlijken stand hunner wetgeving op dit gebied, waardoor zij anders voor langen tijd buiten het Verbond zouden moeten blijven, kan daarom worden verwacht, dat zij van hun kant ook tot eenige concessies geneigd zullen zijn. De eenheid in het Verbond, zonder welke het slechts ten deele aan zijn doel kan beantwoorden, mag m. i. niet dan om zeer belangrijke redenen door een zijner leden worden verstoord.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings