Note 140 — Internationaal auteursrecht (continued 2)
Reading edition
Ontbreken zoodanige verdragen, dan staat het den Verbondsstaten vrij, over de invoering der Conventie op hun gebied in de binnenlandsche wetgeving eene regeling vast te stellen. Uit de wijze, waarop deze laatste bepaling (art. 18 Conventie 1908 derde lid laatste zinsnede; Conventie 1886 Slotprotocol no. 4 derde lid) is geredigeerd, en ook uit hetgeen bij de daarover gehouden beraadslagingen is opgemerkt, moet worden afgeleid, dat hier alleen die wettelijke bepalingen worden bedoeld, welke ná het tot standkomen der Conventie, speciaal met het oog op dit artikel, zouden worden gemaakt, en dat dus niet (zooals ten opzichte der verdragen) de in de wetgevingen voorkomende overgangsbepalingen bij analogie toepasselijk worden verklaard140. Tevens, dat deze wetten wél de wijze waarop het beginsel van art. 18 zal worden toegepast, mogen regelen, hetgeen ook insluit beperkingen of voorwaarden voor sommige categorieën van werken, maar dat zij dit beginsel als hoofdregel moet eerbiedigen; dat dus de staten zich verbinden geene regeling te maken, die met dit beginsel in strijd is141.