Note 136 — Internationaal auteursrecht (continued 2)
Reading edition
De geschiedenis van het artikel geeft wel eenigen grond voor de laatstgenoemde interpretatie. Op de Conferentie van 1885, waar de tekst werd vastgesteld, werd door den Zweedschen afgevaardigde Lagerheim uitdrukkelijk geconstateerd, dat hij de bepaling als eene louter facultatieve opvatte, en dat hij dus daarin voor zijn land niet de verplichting opgesloten zag, om bij toetreding tot het Verbond het beslag, dat de Zweedsche wetgeving voor dit geval niet kent, bij zich in te voeren136. Tegen deze verklaring werd door geen der andere gedelegeerden eenige bedenking ingebracht, en Zweden is tot het Verbond toegetreden (hoewel eerst in 1904), zonder zijne wetgeving op dit punt aan te vullen. Toen in 1896 te Parijs aan het artikel eene eenigszins wijdere strekking werd verleend door schrapping van de woorden „bij den invoer”, zoodat het ook toepasselijk werd op beslag in het land zelf gelegd, heeft Engeland deze wijziging aanvaard, doch niet zonder uitdrukkelijk verklaard te hebben, dat zoo ergens in het Engelsche Rijk de wetgeving dit beslag niet toeliet (gedoeld werd op sommige koloniën), de voorgenomen wijziging daartoe niet de verplichting oplegt137. Men heeft er zich dus bij neergelegd, dat ten aanzien van Zweden en Engeland de bepaling facultatief is; hieruit is, niet geheel ten onrechte, de conclusie getrokken, dat zij het dan ook ten aanzien van alle andere staten is. Dat dezelfde bepaling den eenen staat zou binden en den anderen niet, schijnt niet wel mogelijk.