← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 126 — Internationaal auteursrecht (continued 2)

Reading edition

Daar door den regel van het eerste lid van art. 13 rechten worden erkend, die vroeger niet bestonden of hoogstens twijfelachtig waren (cf. wat boven over de uitlegging van no. 3 Slotprotocol 1886 is gezegd), heeft men het wenschelijk geacht voor deze materie een bijzonderen overgangsmaatregel vast te stellen. Deze maatregel bestaat hierin, dat in elk Verbondsland de bepaling van het eerste lid niet toepasselijk is op de werken, die vóór het in werking treden der nieuwe Conventie reeds in dat land op geoorloofde wijze voor mechanische muziekinstrumenten gebruikt zullen zijn (art. 13 lid 3). De vervaardigers van muziek-instrumenten zullen dus door mogen gaan met het zonder toestemming van den componist exploiteeren van die muziekstukken, die onder de vroeger bestaande vrijheid reeds op die wijze door henzelven of door anderen geëxploiteerd werden. Overigens zal de wet van elk land dit meer in bijzonderheden kunnen regelen; de beperkingen en voorwaarden, die krachtens art. 13 lid 2 mogen worden vastgesteld kunnen—zooals nog uitdrukkelijk in het Commissie-rapport wordt opgemerkt—ook de regeling van de terugwerkende kracht van dit artikel betreffen126.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings