← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 115 — Internationaal auteursrecht (continued 2)

Reading edition

Reeds in 1896 was er op aangedrongen deze laatste bepaling te schrappen, doch zonder succes, daar Engeland er zich tegen verzette115. Op de Conferentie van Berlijn werd echter hetzelfde voorstel zonder bestrijding te ontmoeten aangenomen. De beteekenis van het artikel is naar mijne meening door het weglaten van het laatste lid niet eene andere geworden. Ook nu zullen de rechters nog met de bijzondere bepalingen van de wet van hun land rekening moeten houden bij de toepassing van dit artikel, voorzoover nl. in die wetten punten zijn geregeld, waarover het Conventie-artikel zich niet stellig uitspreekt116. Evenals ten aanzien van het op- en uitvoeringsrecht blijft de wet van het land, waar de bescherming wordt ingeroepen, ook in dit opzicht al hare kracht behouden. Dit volgt uit de redactie, die aan art. 12 is gegeven. Er staat niet: „de auteurs hebben het recht enz.” zooals in art. 8 ten aanzien van het vertalingsrecht, maar: „Tot de ongeoorloofde reproducties, waarop de tegenwoordige Overeenkomst van toepassing is, behooren .. enz.” De Conventie schept hier dus geen zelfstandig recht tot exploitatie van bewerkingen, arrangementen enz. buiten de landswetten om; doch het artikel geeft, evenals het vorige, slechts enkele nadere bepalingen van den omvang der bescherming, die krachtens de artt. 4–7 der Conventie in de verschillende landen van het Verbond genoten wordt. Door de weglating van het tweede lid van art. 10 Conventie 1886 uit het nieuwe art. 12 Conventie 1908 zijn dus niet de bepalingen der inlandsche wetten op dit stuk geheel buiten werking gesteld. Men had er alleen de bedoeling mede te verhinderen, dat de rechter, steunende op de wet van zijn land, tegen de uitdrukkelijke bepalingen van het eerste lid van het artikel in, in sommige gevallen bescherming zou kunnen weigeren117.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings