Note 110 — Internationaal auteursrecht (continued 2)
Reading edition
Deze beperking van het uitsluitend uitvoeringsrecht van muziekwerken was met het oog op sommige wetgevingen, in het bijzonder die van Engeland en Duitschland, in de Conventie opgenomen en in Parijs, ondanks de pogingen van Frankrijk, dat daarbij door België werd ondersteund110, niet weggenomen. De Parijsche Conferentie bracht het niet verder dan tot het uitspreken van den wensch: „dat de wetgevingen der Verbondslanden de grenzen zullen vaststellen binnen welke de volgende Conferentie het beginsel zou kunnen aanvaarden, dat uitgegeven werken der toonkunst beschermd moeten zijn tegen ongeoorloofde uitvoering, zonder dat de auteur gedwongen zij tot het stellen van een voorbehoud”111. Met die door de wetgevingen der Verbondslanden vast te stellen grenzen had men voornamelijk eene regeling op het oog van die gevallen, waarin een onvoorwaardelijk verbod van uitvoering zonder toestemming des auteurs niet algemeen gewenscht schijnt, zooals b.v. bij volksfeesten, weldadigheidsconcerten, uitvoeringen door dilettanten, en dergelijke.