← Table of contents
Het Auteursrecht in het Nederlandsche en internationale recht

Note 101 — Internationaal auteursrecht (continued 2)

Reading edition

Eene andere vraag, die nog even besproken dient te worden, is die betreffende het vermelden van de bron. De verplichting hiertoe werd voor het eerst bij de herziening van Parijs in 1896 in de Conventie opgenomen; men kwam daarbij overeen, dat niet alleen de naam van het blad, waaruit het stuk is overgenomen, maar ook de naam van den auteur, indien het stuk onderteekend was, moet worden vermeld101. Volgens deze bepaling der Add. Acte was het echter niet geheel duidelijk, welke de rechtsgevolgen waren van de overtreding van het voorschrift. Het recht, dat daardoor wordt geschonden, is volgens de theorie, die ik in de voorgaande hoofdstukken heb ontwikkeld, geen auteursrecht maar persoonlijkheidsrecht. Strikt genomen kwam de Conventie daarom met deze bepaling buiten de grenzen, die zij zich gesteld heeft. In art. 1 wordt immers alleen gesproken van „de bescherming van het auteursrecht op werken van letterkunde en kunst”; daaronder behoort niet het recht op eerbiediging van den auteursnaam. Nu echter de Conventie bepaalt, dat het overnemen van stukken, die zonder voorbehoud verschenen zijn, is toegestaan, „mits de bron wordt genoemd”, kan men aannemen dat het overnemen van dergelijke stukken zonder aan de gestelde voorwaarde te voldoen, als inbreuk op het auteursrecht moet worden aangemerkt. Uit doctrinair oogpunt blijft dan alleen tegen de bepaling de bedenking te maken, dat zij auteursrecht en persoonlijkheidsrecht niet goed onderscheidt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings