Note 90 — Internationaal auteursrecht (continued 2)
Reading edition
Deze zienswijze is pas in de Conventie 1908 duidelijk tot uitdrukking gekomen. Het laatste lid van art. 9 bepaalt, dat „de bescherming der Conventie” niet van toepassing is op nieuwtjes en gemengde berichten, die het karakter van eenvoudige pers-informaties dragen. Er is op de Conferentie van Berlijn nog sprake van geweest, eene bepaling op te nemen tegen het overnemen van telegraphische berichten uit dagbladen90. Doch men heeft ingezien, dat men daarmede buiten het gebied van het auteursrecht zou treden. Daarom is ook de bovengenoemde redactie gekozen van art. 9 laatste lid, waarin duidelijk staat uitgedrukt, dat de Conventie zich met de bedoelde berichten in het geheel niet inlaat en zich over het al of niet rechtmatige van het overnemen ervan niet uitspreekt91. Dit is juister dan hetgeen de Conventie 1886 en de Add. Acte 1896 op dit punt bepaalden, dat nl. op de bedoelde berichten (en ook op politieke artikelen, waarover straks) het verbod van nadruk, dat de auteur of uitgever krachtens de voorafgaande bepaling kon stellen, niet toepasselijk was (art. 7 laatste lid). Hieruit zou de verkeerde gevolgtrekking kunnen worden gemaakt, dat het krachtens de Conventie in alle gevallen vrijstond, berichten uit dagbladen zonder toestemming van schrijver of uitgever over te nemen, ook indien daarin b.v. een daad van deloyale concurrentie was te zien. In hoofdzaak echter komen de bepalingen van art. 7 laatste lid Conventie 1886 en Add. Acte en van art. 9 laatste lid Conventie 1908 op hetzelfde neer hierin nl. dat er van auteursrecht op de bedoelde berichten in geen geval sprake kan zijn. Om die reden kunnen zij ook verder buiten beschouwing blijven.