← Table of contents
Het Anarchisme in de Arbeidersbeweging

Note 1 — TEGENWERKENDE STROOMINGEN.

Reading edition

Niet minder verbittering wekte de staat, omdat hij langzamerhand zijn neus ging steken in de aangelegenheden van den arbeid. Immers, elke kapitalist kon voor zijn geld zooveel arbeiders koopen als hij wilde, deze arbeiders waren voor den tijd dat hij hen kocht zijn onvervreemdbaar eigendom, zijn „arbeidscontract” liep over den termijn van den verkoop en dies was geheel de kracht van den arbeid, voor hem, naar de regelen van het recht: een „jus utendi et abutendi”1. Daar had geen staat zich in te mengen, geen wet had hem te beperken in zijn uitbuitingsrecht van gekochte arbeidskracht, noch van volwassen mannen, noch van vrouwen, noch zelfs van kinderen. De arbeider was een geheel vrij man, zoo leerde hem de theorie zijner staathuishoudkunde, wat hij deed deed hij uit geheel vrijen wil, hij kon gaan en komen waar en wanneer hij wilde en als hij zijn kinderen en zijn vrouw aan hem, den fabrikant, wilde afstaan, dan was het slechts tyrannie van de wet hem te belemmeren dien zoo lang te laten werken als het hem beliefde, en alle werk te laten verrichten dat hem goeddacht.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings