Note 6 — HET ANARCHISME IN DE PRAKTIJK.
Reading edition
Wat dan ook voor anarchisme doorgaat is òf oud-modische vakvereenigingspolitiek, òf utopisme vermengd met de lust tot „opstanden”, d.w.z. opstootjes en straatkabaal, òf terrorisme. De nederlandsche landaard leende zich alleen maar tot de eerste soort „taktiek”, men werd voorstander van „economische aktie” zonder politiek, en dit viel juist enigszins samen met de in die dagen onder de arbeiders eerst ontkiemende neiging, om den vakvereenigingskamp eenigszins ernstig georganiseerd te gaan voeren. Verder liefhebberde men in kabaal maken; droomen over den dag vàn en den dag nà de revolutie; op papier vervaardigen van dynamiet, dat nooit ontploffen kon etc. Maar aan pogingen om de beweging, die na 1894 geheel en al anarchistisch geworden was, in Bakoeninistisch vaarwater te leiden, heeft het ook niet ontbroken. Ten bewijze daarvan zullen wij hier geen couranten-artikelen aanvoeren, die door den een of ander onder den voorbijgaanden indruk geschreven zijn, noch redevoeringen, maar ons beroepen op een dokument van de hand van een der toenmalige voornaamste leiders der nederlandsche anarchisten, die met den heer Domela Nieuwenhuis geruimen tijd de leiding gehad heeft. Het is een vrij lijvige brochure waarin de „beginselen” en de „taktiek” van het „Revolutionaire Kommunisme” worden behandeld door den heer Christiaan Cornelissen.6 De lezer moet niet denken dat de titel iets anders dan praktisch anarchisme beduidde; de anarchisten verstaan het, haast om den anderen dag van naam te verwisselen. En, gelijk uit de volgende passages zal blijken, heeft die schrijver de lessen van het anarchistische congres van Londen in 1881, waarbij de studie van de technische en chemische wetenschappen tot aanval en verdediging werd aanbevolen, nog al goed ter harte genomen. Hij „bestudeert” zelfs heel kalm de waarde van dynamiet, als een bruikbaar „wapen” in den klassenstrijd. Men luistere: