← Table of contents
Hermelijn

Note 1 — IX.

Reading edition

Corona stond op; zij had een sarong1 van keurige teekening in fraaie donkerroode kleur aan; een fijne, witte kabaja1 deed haar slanke, welgevormde gestalte ten volle uitkomen. Hermelijn vond haar nu nog schooner dan gisteravond; haar gelaatskleur had de warme tint, herinnerend aan die der agaatroos en door velen boven lelieblank verkozen. In elk geval is het de kleur, die in de tropische landen het best tegen de werking van het klimaat bestand is, en nog steeds dezelfde blijft, als de rozentinten reeds lang in wasgeel zijn overgegaan; haar trekken, hoewel eenigszins scherp, waren fijn besneden en regelmatig, doch het meest trokken hare oogen aan, wonderbare diepe amandelvormige oogen, niet ongelijk aan die van Hermelijn, schuil gaande achter lange, franjeachtige wimpers, die, als zij ze nedersloeg, een schaduw op de wangen wierpen; hun opslag was echter gebiedend, geheel in overeenstemming met den strengen trek om de lippen, die onaangenaam trof, als Corona iets afkeurde of haar wil als een wet opdrong; glimlachte zij echter, dan straalde uit haar blik een teedere smeltende gloed, alles, wat zooeven als hard en scherp had teruggestooten, scheen in een oogwenk verdwenen en niets bleef over dan een zachte, vriendelijke, onweerstaanbaar aantrekkelijke uitdrukking.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings