Note 2 — XXXVII.
Reading edition
Dien nacht sliep Corona weinig of niets; toen zij den volgenden morgen in den spiegel zag, vond zij, dat zij erg vermoeid scheen en legde zich een laag bedak2 over het gezicht; zij voelde zich moedeloos en bitter gestemd, ’t was of de wereld haar onverschillig werd.