← Table of contents
Hermelijn

Note 3 — XVIII.

Reading edition

Vooral in die lange avonden en nachten, als de eigenaardige stilte van den tropischen nacht haar omringde, als buiten de sterren fonkelden tusschen het franje-achtige loof der tjemara’s en tamarinden, als het gebladerte zacht ruischte en dat gemurmel zich vermengde met het eindelooze sissen en piepen der insecten, met het klagende geroep der houtduif of de schrille kreten van de jakhalzen, als in het maanlicht de katjapirings3 tusschen de donkere bladen gloeiden als zilveren rozen en de kamoening4 haar fijne bloemen als een welriekenden regen ter aarde liet vallen, de melati’s4 haar geuren naar Hermelijn’s kamer opzonden als een groete aan de eenzame Westersche, dan voelde zij zich meer dan ooit alleen, verlaten, ongelukkig; haar hart smachtte naar sympathie, naar een vriendelijk woord, een liefkozing; dikwijls voelde zij bekoring zich voor Conrad’s voeten te werpen en hem te zeggen:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings