Note 1 — XV.
Reading edition
»Zooals zij voor me geweest is, zooals zij dag en nacht op mij gepast heeft toen ik klein en ziekelijk was, hoe lief zij mij altijd aankleedde en niets voor mij te mooi of te duur vond, dat kan ik niet vergeten. Nooit kreeg ik van haar een kwaad woord, alle avonden kwam ze mijn klamboes1 sluiten na mij een nachtkus te hebben gegeven. Ach, ze was zoo goed, zoo lief! Je lacht er om Hermine! Je kunt het je niet begrijpen, maar ’t is toch zoo! Al is zij soms scherp en onbillijk, zij meent het zoo goed.”