Note 2 — XI.
Reading edition
Een verkwikkelijke koelte blies door de neergelaten jaloezieën, en voerde een sterke geur van kananga en patjar2 naar binnen, de tjemara’s wuifden zacht en vriendelijk hun pluimen, en de zon strooide schijven, groot als goudguldens, op den met fijne matten bedekten vloer.