Note 1 — XI.
Reading edition
Geen woord werd er meer gewisseld tot zij in Djantòng kwamen, een allerliefste, kleine woning, schilderachtig gelegen tusschen hoogopgaande tjamara1 boomen, in een verrukkelijk klein dal; waarvan men zich niet voorstellen kon, dat het op Java en niet in Zwitserland lag; de rieten gordijnen hingen omlaag; de trappen waren met uitgezochte bloemen voorzien, perken veelkleurig en bloeiend schitterden in de zonnestralen achter de loentasheg; alles was hier vereenigd om een paradijs te vormen voor een liefhebbend, gelukkig paar en die beide jonge menschen traden er binnen, met nog smartvoller bewustzijn dan gevangenen, die de cel ingaan, hun levenslang tot verblijf aangewezen.