Note 3 — Inleiding
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Karadgitch schiep een spraakkunst van de Servische volkstaal, waaruit hij alle onnoodige graphische teekens verbande; zijn alphabet van dertig letters paste zich volkomen aan bij de dertig klanken (vijf klinkers en vijf en twintig mede-klinkers) van zijn moedertaal—en dientengevolge ontstond een ideale phonetische orthografie, waarin de gulden regel gevolgd kon worden: schrijf zooals gij spreekt en spreek zooals gij schrijft.3 Hij is van het eene dorp naar het andere door Servië gereisd, volijverig de epische en lyrische gedichten verzamelend en neerschrijvend de legenden en overleveringen, die hij van de lippen der barden opving en van verhalers, niet alleen van beroepszangers, maar ook van amateurs.