Note 3 — Hoofdstuk XV. Eenige servische populaire anecdoten.
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Intusschen zette de Era den hoed van den molenaar op zijn eigen hoofd en strooide overvloedig meel over zijn kleeren, zoodat hij er als een molenaar uitzag. Nauwelijks was dit gedaan, of de Turk kwam. Hij steeg van zijn paard en haastig vroeg hij den Era, waar hij den dief verborgen had. De Era wees onverschillig naar den vluchtenden molenaar op de rots, waarop de Turk hem verzocht op zijn paard te willen passen, terwijl hij den oplichter zou gaan grijpen. Toen de Turk een goed eind den heuvel op was, borstelde onze Era zijn kleeren af, steeg vlug te paard en galoppeerde weg. De Turk greep den echten molenaar en vroeg: “Waar is het geld, dat gij van mijn vrouw hebt afgenomen, jij oplichter?” De arme molenaar maakte het teeken des kruises3 en zei: “God beware me! Ik heb uw edele vrouw nooit gezien, nog veel minder heb ik ooit geld aan haar ontnomen.”