Note 2 — Hoofdstuk VII. Het huwelijk van Maximus Tzrnoyevitch.
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Zijn lange knevel hing neer tot op zijn schouders2 en met de oogen op den grond gericht zat hij zwijgend en moedeloos. Zijn gade zag met bezorgdheid de neerslachtigheid van haar echtgenoot en beproefde hem op te beuren. De plooien van haar sleepend gewaad samennemend en de einden van haar mouwen, kwam zij nader en na een nijging gemaakt te hebben, kuste zij zijn hand. “Ik bid u, mijn heer,” zei zij, “zeg mij, waarom zijt gij zoo treurig? Zijt gij in uw zending misschien niet geslaagd? Hebt gij de dochter van den doge niet met onzen zoon verloofd? Is zij misschien niet schoon genoeg om uw schoondochter te worden? Hebt gij spijt van de drie tovars goud, die gij hebt uitgegeven?”