Note 1 — Hoofdstuk VII. Het huwelijk van Maximus Tzrnoyevitch.
Joanna Petronella Wesselink-van Rossum translation
Ivan Tzrnoyevitch1 zeilde over de Adriatische zee naar Venetië om een bezoek te brengen aan den doge en zijn dochter ten huwelijk te vragen voor zijn zoon Maximus. Hij bleef daar drie jaren, gedurende welken tijd hij drie tovars goud uitgaf. Bij zijn vertrek aan het einde van dit tijdperk werd overeengekomen, dat hij het volgende jaar zou terugkeeren met zijn zoon en duizend of meer gasten voor de huwelijksfeestelijkheden. De doge met zijn beide zoons en een honderdtal van de hoogste waardigheidsbekleeders vergezelden Ivan naar zijn galei en de Montenegrijnsche vorst herhaalde zijn belofte het volgend jaar te zullen terugkeeren met zijn gasten en zijn zoon, die naar hij verzekerde een zoo edel held en een zoo knap jongeling was, dat men zelfs uit een verzameling van duizend Montenegrijnen of duizend Venetianen zijn gelijke vergeefs zoeken zou. De doge, die buitengewoon verheugd was zulk een edel held tot schoonzoon te hebben, omhelsde Ivan zeggende: “Ik dank u, mijn vriend, voor deze woorden! Hoe gelukkig ben ik een dergelijken schoonzoon te hebben gevonden, die onder duizenden zijn weerga niet vindt. Ik zal hem meer liefhebben dan het licht mijner oogen, en zal kostbare geschenken voor hem gereed maken: paarden en valken, helmen met gouden pluimen en mantels, waarop hij trotsch zal zijn. Maar als hij niet zoo knap is als gij gezegd hebt—wee u!”